Fiscale eenheid VPB 2026: voorwaarden, voordelen en wanneer (niet) aanvragen

FINEO

May 12, 2026 · 17 min read

Fiscale eenheid VPB 2026: wat het is en wanneer het werkt

Een fiscale eenheid is een fiscaal regime waarbij twee of meer BV's — typisch een moedermaatschappij (holding) met haar dochtermaatschappij(en) — voor de vennootschapsbelasting (VPB) als één belastingplichtige worden behandeld. De BV's blijven juridisch zelfstandig, maar fiscaal worden alle resultaten geconsolideerd in één aangifte.

Voor DGA's met een holding-werkmaatschappij-structuur of een groep BV's is dit een fundamentele keuze: met fiscale eenheid mag je verliezen van de ene BV verrekenen met winsten van de andere, en interne transacties (dividenden, vorderingen, doorlevering) zijn fiscaal onzichtbaar. Maar er zijn ook reële nadelen — vooral bij groei.

De 4 kerneisen voor een fiscale eenheid 2026:

| Eis | Inhoud | |---|---| | Aandelenbezit | Moeder moet minimaal 95% van aandelen in dochter bezitten + 95% stemrecht + 95% winstrecht | | Vestiging | Beide BV's gevestigd in Nederland (of binnenlands belastingplichtig) | | Fiscaal jaar | Moeder en dochter hebben hetzelfde fiscale boekjaar | | Rechtsvorm | BV, NV, en sommige andere VPB-plichtige rechtsvormen |

De fiscale eenheid wordt aangevraagd via een gezamenlijk schriftelijk verzoek aan de Belastingdienst. Aanvraag mag terugwerken tot maximaal 3 maanden voor indiening. De fiscale eenheid eindigt wanneer een conditie niet meer wordt gehaald (bijv. aandelen worden verkocht) of via een gezamenlijk verbreek-verzoek.

Deze gids loodst je door: wanneer een fiscale eenheid voordelig is, wanneer juist niet, hoe je hem aanvraagt, en wat er gebeurt bij ontvoegen.

De 95%-eis — wat dat in praktijk betekent

De moedermaatschappij moet drie keer 95% van de dochter bezitten:

1. 95% van het nominaal aandelenkapitaal (juridisch eigendom) 2. 95% van het stemrecht in de algemene vergadering 3. 95% van het winst- en vermogensrecht

Wanneer is hieraan niet voldaan? - Minderheidsaandeelhouder bezit meer dan 5% - Preferente aandelen voor anderen die afzonderlijk recht hebben op winstuitkering - Stemafspraken die >5% van het stemrecht aan derden geven - Optieovereenkomsten op meer dan 5% van de aandelen

Praktische valkuilen: - Familie-aandelen: ouder bezit 70%, twee kinderen elk 15% → fiscale eenheid uitgesloten (kinderen bezitten samen 30%, ouder geen 95%) - Werknemers-participaties: 5%-aandelenoptie aan key staff → fiscale eenheid mogelijk geblokkeerd - VC-investering: VC investeert 10% in dochter → fiscale eenheid uitgesloten

Speciaal voor de DGA-holdingstructuur: Een typische DGA bezit 100% van Holding BV, die 100% bezit van Werkmaatschappij BV. Voldoet ruim aan 95%-eis. Fiscale eenheid is dan direct mogelijk.

Maar bij management buy-in (MBI), werknemersparticipatie of familieoverdracht moet je deze structuur opnieuw analyseren. Vaak is het nuttig om vooraf met een fiscalist door te lichten of fiscale eenheid behouden blijft na een herstructurering.

De andere voorwaarden — NL-vestiging, fiscaal jaar, rechtsvorm

Vestiging in Nederland Beide entiteiten moeten feitelijk in Nederland gevestigd zijn (statutaire zetel + feitelijke leiding). Een buitenlandse moeder met NL-dochter kan in beperkte gevallen fiscale eenheid vormen via de Wet implementatie Papillon-arrest — maar dit is een specifiek regime met aparte vereisten.

De meeste fiscale eenheden zijn 100% NL-BV's.

Zelfde fiscaal boekjaar Moeder en dochter moeten hetzelfde fiscale jaar hebben. Standaard: kalenderjaar (1 januari – 31 december). Als één BV een gebroken boekjaar heeft (bijv. juli-juni), moet die worden aangepast naar kalenderjaar vóór de fiscale eenheid kan worden gevormd.

Dit vereist een verzoek tot wijziging fiscaal boekjaar — moet aangevraagd worden vóór het einde van het jaar waarin je wilt wijzigen.

Rechtsvorm: BV, NV, en specifiek Qualificerende rechtsvormen: - BV (besloten vennootschap) - NV (naamloze vennootschap) - Coöperatie - Onderlinge waarborgmaatschappij - VPB-plichtige stichting (zeldzaam)

Niet qualificerend: stichtingen zonder onderneming, verenigingen, eenmanszaken, VOF's (vennootschap onder firma).

Voor DGA's is dit zelden een probleem — de holding-werkmaatschappij-structuur bestaat per definitie uit BV's.

Aanvraagprocedure: 1. Beide BV's tekenen een gezamenlijk verzoek aan de Belastingdienst 2. Verzoek wordt ingediend bij belastingkantoor van de moedermaatschappij 3. Aanvraag mag terugwerken tot maximaal 3 maanden voor indiening 4. Belastingdienst beslist binnen 4 weken (typisch goedkeuring zonder tegenwerping) 5. Vanaf de ingangsdatum: één gezamenlijke VPB-aangifte voor de hele groep

Voordeel 1: verlies- en winstverrekening tussen BV's

Het grootste voordeel: verliezen van de ene BV verrekenen met winsten van de andere, binnen hetzelfde jaar én via verliesverrekening over jaren.

Zonder fiscale eenheid: - BV A heeft €100.000 winst → €19.000 VPB - BV B heeft €40.000 verlies → kan niet direct in mindering brengen op BV A - BV B kan verlies pas verrekenen met eigen toekomstige winst - Effectief: €19.000 VPB nu betalen, €40.000 verlies "later" gebruiken

Met fiscale eenheid: - Geconsolideerde winst: €100.000 - €40.000 = €60.000 - VPB: €60.000 × 19% = €11.400 - Besparing: €7.600 in dat jaar

Dit is vooral waardevol bij: - Holding + opstartende werkmaatschappij — werkmaatschappij maakt verlies in eerste jaren, holding genereert winst uit deelnemingen - Twee werkmaatschappijen waarvan één seizoens-gevoelig is - Reorganisatie waarin één entiteit afschrijvingen heeft en de andere winst - Verlies-jaren waarin investeringen renderen later

Praktijkvoorbeeld: Martin Holding BV (€200K dividend uit dochter) en Martin Tech BV (€150K verlies door R&D). - Zonder FE: Holding betaalt 19% × €200K = €38K VPB. Tech-BV heeft €150K verlies "te verrekenen later". - Met FE: Geconsolideerd €50K winst → 19% × €50K = €9.5K VPB. Besparing in dat jaar: €28.500.

Dit alleen is voor veel DGA-holdings al voldoende reden om voor fiscale eenheid te kiezen.

Voordeel 2: geen winst op intercompany-transacties

Transacties tussen BV's binnen een fiscale eenheid zijn fiscaal onzichtbaar — er wordt geen winst gerealiseerd of belasting geheven.

Voorbeelden van fiscaal-onzichtbare interne transacties:

1. Dividend van dochter naar moeder Zonder FE: technisch belastingvrij door deelnemingsvrijstelling (mits 5%+ aandelen), maar administratief geboekt. Met FE: geen transactie zichtbaar — geconsolideerd resultaat enkel.

2. Verkoop van activa tussen BV's Zonder FE: bij verkoop tegen marktwaarde realiseert verkopende BV winst → VPB. Koper krijgt nieuwe afschrijvingsbasis. Met FE: geen winst, geen belasting, afschrijving loopt door op oorspronkelijke boekwaarde.

Voorbeeld: Holding bezit een pand met boekwaarde €300K, marktwaarde €500K. Verkoopt aan Werkmaatschappij: - Zonder FE: €200K winst × 25.8% = €51.600 VPB onmiddellijk - Met FE: €0 VPB, transactie fiscaal verdwijnt

3. Onderhandse lening / vordering tussen BV's Zonder FE: rente betalend BV → aftrek; rente ontvangend BV → winst; effectief belastbare uitwisseling Met FE: geen rente-effect, transactie verdwijnt fiscaal

4. Doorbelasting van diensten/personeelskosten Zonder FE: doorbelasting moet at-arm's-length (transfer pricing), winst voor doorbelastende BV → VPB Met FE: vrij in te delen tussen BV's, geen fiscale gevolgen

Wanneer is dit waardevol? - Bij herstructurering: schuiven van activa tussen BV's zonder VPB - Bij werkmaatschappij splitsen: assets verdelen zonder belasting - Bij onderlinge financiering: leningen tussen BV's zonder rente-effect - Bij personele wisselingen: medewerkers verplaatsen zonder doorbelasting-vraag

Belangrijke nuance: dit voordeel verdwijnt na ontvoegen (verbreken fiscale eenheid). Bij verkoop van een BV uit de groep wordt alsnog fiscale afrekening gedaan op alle eerdere interne transacties (silent reserves worden zichtbaar gemaakt).

Voordeel 3: één aangifte voor de hele groep

Administratief voordeel: in plaats van één VPB-aangifte per BV, hoeft de fiscale eenheid maar één gezamenlijke aangifte in te dienen.

Praktische besparingen: - Eén jaarafsluiting (geconsolideerd) i.p.v. losse per BV (administratie-tijd typisch 30-50% lager) - Eén VPB-formulier in te vullen i.p.v. meerdere (administratiekosten boekhouder typisch €500-€2.000 lager per jaar) - Eén voorlopige aanslag i.p.v. losse per BV - Eén deadline en aangifte-cyclus

Wat blijft wel apart: - Loonaangifte per BV (dat is loonbelasting, niet VPB) - BTW-aangifte per BV (separate regime — alhoewel BTW-fiscale-eenheid bestaat als apart instrument) - Jaarrekeningen voor KvK / publicatieplicht (civielrechtelijke verplichting per BV) - Bankrekeningen, contracten, governance (juridisch blijven BV's zelfstandig)

Voor een typische DGA-holdingstructuur: - Holding BV + Werkmaatschappij BV in fiscale eenheid - Eén geconsolideerde VPB-aangifte - Twee jaarrekeningen blijven (Holding-jaarrekening met Werkmaatschappij als deelneming) - Twee loonaangiften (DGA bij Holding, werknemers bij Werkmaatschappij)

FINEO's VPB-engine genereert automatisch de geconsolideerde aangifte voor fiscale-eenheid-groepen. Boekhouders besparen typisch 4-8 uur per kwartaal op administratie.

Nadeel 1: VPB-eerste-schijf maar 1× per fiscale eenheid

Het grootste nadeel: het opstaptarief van 19% over de eerste €200.000 winst geldt maar één keer voor de hele fiscale eenheid — niet per BV.

VPB-tarieven 2026: - Eerste schijf: tot €200.000 × 19% - Tweede schijf: boven €200.000 × 25,8%

Zonder fiscale eenheid — 2 BV's elk €200K winst: - BV A: €200.000 × 19% = €38.000 - BV B: €200.000 × 19% = €38.000 - Totaal: €76.000

Met fiscale eenheid — geconsolideerd €400K: - Eerste €200.000 × 19% = €38.000 - Resterende €200.000 × 25,8% = €51.600 - Totaal: €89.600

Nadeel: €13.600 méér VPB per jaar.

Voor wie is dit relevant? - BV's met elk winst ergens tussen €100K en €200K - BV's die individueel onder de eerste schijf blijven maar samen erboven uitkomen

Wanneer NIET relevant? - Eén BV maakt enorme winst (€500K+) en andere is verlieslatend → eerste schijf wordt toch ergens "gevuld" - BV's blijven samen onder de €200K-drempel - Hele groep zit allang in de tweede schijf (€500K+ groepswinst)

Andere nadelen voor groepen met veel rente: - Renteaftrekbeperking earnings-stripping: drempel €1 miljoen aftrekbare rente per jaar geldt maar 1× per fiscale eenheid. Bij grote leningenstructuur kan dit forse beperking opleveren — al wordt deze regel typisch alleen kritiek bij grote groepen (€5M+ rente). - Bedrijfsoverdrachtsregeling (BOR): speciale BOR-vrijstelling van €1.534.500 geldt per persoon, niet per BV — fiscale eenheid verandert dit niet. - Innovatiebox: het 9% tarief op innovatiewinst wordt toegepast op fiscale-eenheid-niveau — geconsolideerd, niet per BV.

Nadeel 2: hoofdelijke aansprakelijkheid

Alle BV's binnen een fiscale eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de VPB-schuld van de fiscale eenheid. Concreet:

Als de fiscale eenheid in totaal €100.000 VPB moet betalen, en één BV daarin kan niet voldoen, kan de Belastingdienst de andere BV's aanspreken voor de volledige schuld — niet alleen voor hun "aandeel".

Wanneer is dit gevaarlijk? - Verschillende risicoprofielen binnen de groep: Holding met €5M vermogen + Werkmaatschappij met operationele risico's. Bij debacle van werkmaatschappij kan Belastingdienst Holding aanspreken. - Verschillende eigendomsstructuren: als verschillende familieleden verschillende BV's bezitten maar via fiscale eenheid samen. Risico van één BV raakt iedereen. - Externe stakeholders: leveranciers, banken kunnen vaker hoofdelijke garanties vragen omdat fiscale eenheid hen kwetsbaarder maakt.

Voor een typische DGA-eenpersoonsstructuur: - Holding bezit Werkmaatschappij 100% → DGA controleert beide - Risico hoofdelijke aansprakelijkheid is theoretisch — Holding zou bij faillissement van Werkmaatschappij toch alsnog economisch raken - Geen reden om FE te vermijden alleen vanwege dit punt

Voor familie-holding met meerdere werkmaatschappijen: - Verschillende familieleden bezitten verschillende werkmaatschappijen? - FE betekent dat fiscale schuld van één werkmaatschappij Holding (met andere familieleden als eigenaar) kan raken - Hier is hoofdelijke aansprakelijkheid een reëel argument tégen FE

Mitigaties: - Tussentijds belastingreserves aanhouden per BV - Maand voor maand voorlopige aanslagen bijhouden - Bij verkoop van een BV uit de groep: tijdig ontvoegen om alle fiscale verplichtingen te splitsen

Praktijkvoorbeeld: typische DGA-structuur met en zonder fiscale eenheid

Casus: Lara is enig DGA van Lara Holding BV (€5M vermogen, voornamelijk deelneming) en Lara Studio BV (operationele werkmaatschappij). Boekjaar 2026:

  • Lara Holding BV: ontvangt dividend van Studio BV €120K + rente op vorderingen €20K = €140K opbrengsten. Kosten €20K. Winst vóór FE: €120K.
  • Lara Studio BV: omzet €600K, kosten €350K, dividend uitgekeerd aan Holding €120K. Winst vóór FE: €130K.

Scenario A — geen fiscale eenheid: - Holding: winst €120K (€140K - €20K kosten) → maar €120K dividend valt onder deelnemingsvrijstelling (geen VPB), netto belastbaar €0 - Studio: €600K - €350K - €120K dividend = €130K winst → 19% × €130K = €24.700 - Totale VPB: €24.700 - Administratie: 2 aangiften, 2 voorlopige aanslagen, 2 jaarafsluitingen

Scenario B — fiscale eenheid: - Geconsolideerd: omzet €600K, kosten €370K, intercompany dividend valt weg → winst €230K - Eerste €200K × 19% = €38.000 - Resterend €30K × 25,8% = €7.740 - Totale VPB: €45.740 - Administratie: 1 aangifte

Vergelijking: - VPB-verschil: €45.740 - €24.700 = +€21.040 met FE (méér belasting!) - Reden: deelnemingsvrijstelling werkt zonder FE al perfect — geen voordeel om in FE te krijgen - Met FE worden alle inkomsten consolided en valt eerste-schijf-voordeel deels weg

Conclusie voor deze case: geen fiscale eenheid is fiscaal beter.

Alternatieve case: Lara Studio BV maakt €80K verlies in 2026 (R&D-investeringen): - Scenario A zonder FE: Holding €0 VPB, Studio €0 VPB (verlies), maar Studio krijgt €80K verlies-aftrek te verrekenen later - Scenario B met FE: geconsolideerd Holding +€140K opbrengsten - €20K kosten - €80K Studio-verlies = €40K winst → 19% × €40K = €7.600

Met FE in dit jaar wel €7.600 VPB, maar volgende jaar profiteer je niet meer van Studio-verlies (al verrekend). Cumulatief vaak gunstiger of neutraal — afhankelijk van timing.

Praktisch advies: voor de standaard DGA met holding + één operationele werkmaatschappij die beide winstgevend zijn, is FE vaak NIET gunstig. Voor groepen met verlieslatende dochter + winstgevende moeder/zusters is FE meestal WEL gunstig. Laat fiscalist doorrekenen.

Beslis-tabel: fiscale eenheid wel of niet?

Wanneer is een fiscale eenheid wél en wanneer niet voordelig? Een praktische beslis-tabel:

| Situatie | FE voordelig? | |---|---| | Holding (deelnemingsvrijstelling) + werkmaatschappij beide winstgevend | Vaak NIET (geen synergie) | | Holding + verlieslatende werkmaatschappij | WEL (verlies direct verrekenen) | | 2 werkmaatschappijen met wisselende winst/verlies | WEL (cyclische verlies-/winstverrekening) | | Veel intercompany-transacties (vermogensschuiving) | WEL (geen winst op interne transacties) | | Groepswinst boven €1M + complexe rentestructuur | NIET (renteaftrekbeperking €1M-drempel) | | Holding+ 3 werkmaatschappijen, elk ~€150K winst | NIET (eerste-schijf-voordeel verdwijnt) | | Verschillende eigenaren per BV | NIET (hoofdelijke aansprakelijkheid) | | Voor BOR-overdracht in planning | NIET (FE complicert BOR-bezitseis) | | Voor verkoop van één BV uit groep | NIET (ontvoegen kost fiscale afrekening) | | Onroerend goed verschuiven tussen BV's | WEL (geen winst op intern transfer) | | Innovatiebox-toepassing op groepsniveau | NIET (innovatiebox op FE-niveau geconsolideerd) |

Algemene vuistregel: - Klein, simpel, beide winstgevend: geen FE - Verlies in één BV: FE - Herstructurering/verkoop: tijdelijke FE soms strategisch - Grote groep met complexe financiering: detail-doorrekening per regel nodig

Andere overwegingen: - BTW-fiscale-eenheid: aparte regeling, andere voorwaarden, vaak losstaand van VPB-FE - Aansprakelijkheid Wet Loonbelasting: hoofdelijke aansprakelijkheid bij FE kan loonheffing-schulden óók raken - Bestuurder-aansprakelijkheid (Pauliana-vorderingen): FE complicert vaak bestuurders-positie - Internationale uitbreiding: zonder FE flexibeler bij dochtervennootschappen elders

Tijd-aspect: FE kan jaarlijks worden heroverwogen. Verbreken is mogelijk maar leidt tot fiscale afrekening (zie volgende sectie). Liever vooraf de juiste keuze maken dan jaarlijks switchen.

Ontvoegen — wanneer en hoe je de fiscale eenheid verbreekt

Een fiscale eenheid eindigt automatisch wanneer een conditie niet meer wordt gehaald, OF via een gezamenlijk verbreek-verzoek aan de Belastingdienst.

Automatisch einde: - Aandelen worden verkocht → 95%-eis vervalt - Een BV in de groep wordt geliquideerd - BV verhuist naar buitenland (niet meer NL-gevestigd) - Fiscaal boekjaar wordt veranderd (en wijkt af van andere groepsleden)

Vrijwillig verbreken via verzoek: - Indienen bij Belastingdienst — datum-verzoek wordt vaak gehonoreerd - Geen terugwerkende kracht (FE blijft tot moment verzoek) - Kan op elk moment, geen wachttermijn

Fiscale afrekening bij ontvoegen: Hier zit de kosten-kant van FE. Bij ontvoegen worden alle eerdere interne transacties alsnog beoordeeld:

1. Silent reserves zichtbaar Verzwegen vermogenswinsten op interne overdrachten worden alsnog gerealiseerd: - Pand intern overgedragen tegen boekwaarde €300K, marktwaarde €500K - Bij ontvoegen: €200K stille reserve wordt belast tegen 25,8% = €51.600 VPB

2. Onderlinge vorderingen worden zichtbaar Leningen tussen BV's die binnen FE fiscaal verdwenen, worden zichtbaar op de balans van elke BV: - Voor de toekomst: rente moet weer at-arm's-length zijn - Rente wordt voortaan belastbaar bij ontvangst, aftrekbaar bij betaling

3. Verliesverrekening-resten Verliezen die binnen FE niet zijn benut blijven achter bij de oorspronkelijke BV (niet bij de fiscale eenheid). Bij verkoop van een BV met verlies-resten kan dit waardevol zijn voor de koper.

Voorbeeld — DGA verkoopt Werkmaatschappij in 2026: - 5 jaar in fiscale eenheid met Holding - Verschillende interne transacties gedaan (pand verschoven, lening opgenomen) - Op moment van verkoop: ontvoegen, fiscale afrekening — €150K alsnog belast - Boekenwinst voor Holding bij verkoop: belast in box 2 bij DGA - Reken op aanzienlijke fiscale impact bij ontvoegen — vóór de verkoop berekenen

Tips voor ontvoegen: - Vóór verkoop een BV uit de fiscale eenheid: dat voorkomt dat de fiscale afrekening dubbel wordt belast (eerst ontvoegen, dan verkoop-winst) - Vóór herstructurering: ontvoegen geeft schone start voor nieuwe entiteit-structuur - Met fiscalist begeleiden: ontvoegen heeft veel transactie-effecten, fout-doen kost honderdduizenden

Niet vrijwillig ontvoegen: als de groep stabiel is en de voordelen jaarlijks blijven gelden, is er geen reden om te verbreken. FE kan tientallen jaren lopen.

Veelgemaakte fouten en valkuilen

Valkuil 1: Fiscale eenheid aanvragen "omdat het kan". Voor de standaard DGA met Holding + één winstgevende werkmaatschappij is FE vaak GEEN fiscale verbetering — deelnemingsvrijstelling werkt al optimaal. Reken voordeel concreet door vóór verzoek.

Valkuil 2: Eerste-schijf-voordeel overschatten. Als 2 BV's elk €200K winst maken, kost FE €13.600 extra VPB per jaar door verlies van eerste-schijf-voordeel in één BV. Reken hier mee.

Valkuil 3: Hoofdelijke aansprakelijkheid negeren. Vooral bij familie-BV's met verschillende eigenaars: één BV in moeilijkheden raakt iedereen. FE is dan vaak ongunstig.

Valkuil 4: Boekjaar-eis vergeten. Beide BV's moeten hetzelfde fiscale jaar hebben. Een dochter met gebroken boekjaar (juli-juni) moet eerst gestuurd naar kalenderjaar voordat FE kan worden gevormd. Dit kost 6-12 maanden voorbereiding.

Valkuil 5: Externe aandeelhouder via werknemersparticipatie. Een 6% werknemersparticipatie in werkmaatschappij blokkeert de FE. Pas vooraf je participatieregeling aan of vorm de FE eerst.

Valkuil 6: Ontvoegen-kosten onderschatten. Stille reserves op interne overdrachten worden alsnog belast bij ontvoegen. Vóór verkoop van een BV uit de FE: bereken silent reserves op alle eerdere interne transacties.

Valkuil 7: BOR-overdracht plannen met FE. Bij geplande BOR-overdracht over 5+ jaar: FE kan de bezitseis problematiseren. Vaak slimmer om vóór BOR-overdracht ontvoegen.

Valkuil 8: Aanvraag te laat. FE kan terugwerken tot 3 maanden vóór verzoek. Wil je FE per 1 januari 2026 effectief? Verzoek vóór 1 april 2026 indienen.

Valkuil 9: Wisselende winsten en FE ondoorgerekend. Voor cyclische sectoren (bouw, retail, professional services) kan FE de cashflow gunstig of ongunstig beïnvloeden — afhankelijk van het patroon. Doorreken op 5-jaars-basis, niet één jaar.

Valkuil 10: Innovatiebox + FE niet goed begrijpen. Innovatiebox wordt toegepast op FE-niveau (geconsolideerd). Voor R&D-BV met aparte gewone BV kan dit voor- of nadelig zijn — afhankelijk van waar de innovatie-winst zit.

Beslis-checklist en jaarlijkse routine

Beantwoord deze 10 vragen om jouw FE-strategie 2026+ te bepalen:

1. Bezit moeder ≥95% aandelen, stemrecht én winstrecht in dochter? 2. Zijn beide BV's gevestigd in Nederland? 3. Hebben beide BV's hetzelfde fiscale boekjaar? 4. Heb je doorgerekend of FE fiscaal voordelig is voor jouw situatie (verlies-/winstverrekening vs eerste-schijf-verlies)? 5. Zijn er voor 2026+ verlies-jaren in beeld (R&D-investeringen, herstructurering)? 6. Plan je intercompany-transacties die je liever zonder VPB-effect doet? 7. Zijn alle BV's in handen van dezelfde uiteindelijke eigenaar (hoofdelijke aansprakelijkheid OK)? 8. Heb je een fiscalist die FE-versus-niet-FE doorrekening kan maken? 9. Heb je een BOR-overdracht of verkoop in beeld voor de komende 5 jaar? 10. Heb je voor 2025 al een verzoek ingediend (anders pas vanaf 1 augustus 2026 effectief)?

8-10 ja: FE-strategie is op orde. Jaarlijkse review op 1 oktober. 5-7 ja: belangrijke ontbrekende elementen. Plan sessie binnen 3 maanden. ≤4 ja: actie nodig. FE-keuze kan jaarlijks duizenden tot tienduizenden euro's schelen.

Jaarlijkse routine voor DGA met FE: - Q1 (jan-mrt): voorlopige aanslag VPB voor FE indienen - Q2 (apr-jun): jaarafsluiting + geconsolideerde VPB-aangifte vóór 1 juli - Q3 (jul-sep): review of FE-voordeel nog geldt — winst/verlies-patronen check - Q4 (okt-dec): planning intercompany-transacties + eventuele FE-verbreking voor nieuw jaar

Praktische tijdslijn bij twijfel: - T-12 maanden: fiscale doorrekening per scenario (zonder FE / met FE) - T-9 maanden: beslissing nemen - T-3 maanden: verzoek indienen (FE per begin volgend jaar) - T-0: nieuwe FE actief

FINEO's VPB-engine berekent automatisch het voordeel/nadeel van FE per jaar op basis van werkelijke bedragen, en stelt voor wanneer aan- of verbreking strategisch is.

Veelgestelde vragen

Wat is een fiscale eenheid voor de VPB in 2026?

Een fiscaal regime waarbij twee of meer BV's — typisch een holding met dochtermaatschappijen — voor de vennootschapsbelasting als één belastingplichtige worden behandeld. De BV's blijven juridisch zelfstandig, maar fiscaal worden alle resultaten geconsolideerd in één aangifte.

Wat is de 95%-eis?

De moedermaatschappij moet minimaal 95% van het nominaal aandelenkapitaal, 95% van het stemrecht én 95% van het winst- en vermogensrecht in de dochtermaatschappij bezitten. Een 5%+ minderheidsaandeelhouder of werknemersparticipatie blokkeert de fiscale eenheid.

Wat zijn de belangrijkste voordelen?

(1) Verlies-/winstverrekening tussen BV's — verlies van ene BV verrekenen met winst van andere; (2) geen winst op intercompany-transacties (pand verschuiven, leningen, doorbelasting); (3) één gezamenlijke VPB-aangifte i.p.v. losse per BV.

Wat zijn de belangrijkste nadelen?

(1) Het VPB-opstaptarief van 19% (eerste €200K winst) geldt maar 1× voor de hele FE — kan €13.600+ extra VPB kosten voor groepen met meerdere middelgrote BV's; (2) hoofdelijke aansprakelijkheid voor alle BV's; (3) renteaftrekbeperking earnings-stripping €1M geldt maar 1× per FE.

Hoe vraag ik een fiscale eenheid aan?

Beide BV's tekenen een gezamenlijk schriftelijk verzoek aan de Belastingdienst. Indienen bij belastingkantoor van moedermaatschappij. Aanvraag mag terugwerken tot maximaal 3 maanden voor indiening. Belastingdienst beslist binnen 4 weken (typisch goedkeuring).

Wat gebeurt er bij ontvoegen (verbreken FE)?

Alle eerdere interne transacties worden alsnog beoordeeld. Stille reserves op intern verschoven activa worden zichtbaar en belast (25,8% VPB). Onderlinge vorderingen worden zichtbaar op balansen. Verliesverrekening-resten blijven achter bij oorspronkelijke BV. Vóór ontvoegen altijd fiscale impact doorrekenen.

Voor welke DGA-structuren is FE wel/niet voordelig?

WEL: holding + verlieslatende werkmaatschappij, twee BV's met wisselende winst/verlies, intercompany-vermogensschuiving. NIET: holding + één winstgevende werkmaatschappij (deelnemingsvrijstelling werkt al), 2+ BV's elk €150K-€200K winst, BOR-overdracht in planning, internationale uitbreiding.

Kan ik de fiscale eenheid jaarlijks heroverwegen?

Ja, verbreken via gezamenlijk verzoek kan altijd. Maar elk verbreken triggert fiscale afrekening op interne transacties. Aanvragen + verbreken jaarlijks is dus duur. Beter: vooraf goede keuze, vaak meerdere jaren handhaven.

FINEO pakketten

Zelf doen

15/mnd

Volledig, ZZP & klein

99/mnd

Volledig, midden

199/mnd

All-in

399/mnd

Lees ook

Fiscale eenheid VPB-doorrekening automatiseren met FINEO?

  • Jaarlijkse FE vs no-FE vergelijking met werkelijke cijfers
  • Verlies-/winstverrekening-impact analyse
  • 95%-aandelenbezit + boekjaar-check automatisch
  • Intercompany-transactie verzoek FE-uitwerking
  • Ontvoegen-fiscale-afrekening doorrekening
  • 1 aangifte voor FE-groep gegenereerd
  • 2 maanden gratis bij directe aanmelding