Wat gebeurt er met je ODV en lijfrentes als je overlijdt? Regel het vóór het speelt

FINEO

30 juli 2026 · 13 min leestijd

Waarom dit geen standaard nabestaandenpensioen is

Een werknemer met een pensioenfonds heeft het automatisch geregeld: partnerpensioen, wezenpensioen, allemaal in de regeling ingebakken. Een DGA niet. Jouw oudedagsvoorziening bestaat uit losse bouwstenen — een ODV in de BV, lijfrentes bij bank of verzekeraar, vermogen in de holding — en geen van die bouwstenen regelt je nabestaanden vanzelf goed.

Wat er bij overlijden met elk potje gebeurt, hangt af van keuzes die je nú maakt: je testament, het type lijfrente en de dekking die je wel of niet meeverzekerde. De regels zijn strikt, de termijnen kort, en een formele misstap heeft een prijs die in de tienduizenden euro's kan lopen. Dit artikel loopt de bouwstenen langs zoals de Belastingdienst ze bij overlijden behandelt.

De ODV bij overlijden: harde regels, korte termijnen

De oudedagsverplichting — het restant van het pensioen in eigen beheer dat tussen 2017 en 2019 is omgezet — kent bij overlijden twee scenario's.

Overlijd je vóórdat de ODV-uitkeringen zijn ingegaan, dan hebben je erfgenamen twaalf maanden om te kiezen: de ODV door de BV in termijnen laten uitkeren, of de aanspraak omzetten in een lijfrente bij een bank of verzekeraar. Uiterlijk twaalf maanden na het overlijden móéten de uitkeringen lopen — wie de termijn mist, riskeert dat de aanspraak "onzuiver" wordt.

Overlijd je terwijl de ODV al uitkeert, dan gaan de resterende termijnen over op je erfgenamen. Kreeg jij zeven jaar uitgekeerd, dan ontvangen zij de overige dertien jaren.

De belangrijkste eis zit in wíé er erft: ODV-termijnen mogen alleen toekomen aan natuurlijke personen die erfgenaam zijn. Komt (een deel van) de ODV door je testament of wettelijke verdeling terecht bij iemand die geen erfgenaam is — of bij een rechtspersoon, zoals een stichting — dan is de ODV "onzuiver". De sanctie is dezelfde als bij elke eigen-beheer-misstap: de volledige aanspraak wordt in één keer progressief belast, plus revisierente. Eén verkeerde testamentbepaling kan zo de hele voorziening fiscaal opblazen.

Controleer daarom je testament expliciet op dit punt: een ouderwetse legaatconstructie of een verdeling die de ODV bij de "verkeerde" persoon legt, is een dure vergissing die niemand ziet totdat het te laat is.

Lijfrentes: het verschil tussen bank en verzekeraar wordt nu echt geld

In ons artikel over de uitkeringsfase beschreven we het verschil tussen bancaire en verzekerde lijfrentes. Bij overlijden is dat verschil geen nuance meer maar de kern:

Bancaire lijfrente. Het tegoed of de resterende termijnen gaan naar je erfgenamen, die er een nabestaandenlijfrente van maken: de uitkeringen lopen door, maar dan aan hen. Er verdampt niets — de waarde blijft in de familie.

Verzekerde lijfrente. Zonder meeverzekerde nabestaandendekking of restitutie vervalt het resterende kapitaal in beginsel aan de verzekeraar. Dat is geen fout van de verzekeraar — het is de prijs van het langlevenrisico dat je bij leven afdekte — maar het betekent wél dat een DGA-gezin dat op dat kapitaal rekende, met lege handen kan staan.

De praktische conclusie: pak je polissen erbij en beantwoord per lijfrente één vraag — *wat gebeurt er met dit geld als ik morgen overlijd?* Bij een bancaire lijfrente is het antwoord geruststellend. Bij een verzekerde lijfrente hangt het van de dekking af, en die kun je meestal alleen bij het afsluiten regelen.

De erfbelasting-kant: uitkeringen zijn niet gratis geërfd

ODV-termijnen en nabestaandenlijfrentes die je partner of kinderen ontvangen, zijn inkomen: er wordt gewoon loonheffing of inkomstenbelasting over ingehouden bij de ontvanger.

Daarnaast speelt de erfbelasting. De fiscale partner heeft een ruime vrijstelling, maar de waarde van vrijgestelde nabestaandenvoorzieningen kan die vrijstelling deels korten (de zogenoemde imputatie). Hoe die korting precies uitpakt hangt af van de waarde van de aanspraken en de actuele vrijstellingen — reken dat door met je adviseur of via belastingdienst.nl, want de bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Voor de bredere nalatenschapsplanning — testament, bedrijfsopvolging, de aandelen in je BV zelf — verwijzen we naar ons artikel over erfbelasting en testament voor de DGA. De ODV- en lijfrentebouwstenen hierboven zijn één onderdeel van dat grotere geheel.

De checklist: vijf dingen die je deze maand kunt regelen

1. Lees je testament met de ODV-bril. Gaan alle ODV-termijnen naar natuurlijke personen die erfgenaam zijn? Geen testament? Dan geldt de wettelijke verdeling — controleer of die uitkomst klopt met wat je wilt.

2. Inventariseer per lijfrente wat er bij overlijden gebeurt. Bancair = naar erfgenamen. Verzekerd = polisvoorwaarden lezen: is er nabestaandendekking of restitutie?

3. Bespreek de twaalfmaandstermijn met je partner. Erfgenamen die niet wéten dat er een ODV-keuze met een deadline ligt, missen hem. Eén A4 met "dit ligt er, dit moet binnen twaalf maanden" voorkomt de duurste vorm van rouwvertraging.

4. Kijk naar de samenhang met je aandelen. De BV die de ODV uitkeert, moet blijven bestaan en solvabel zijn zolang er termijnen lopen. Wie erft de aandelen, en kan de BV de verplichting dragen?

5. Houd het cijferbeeld actueel. In FINEO staat je ODV-stand met jaarlijkse oprenting gewoon in de administratie, en berekent het Adviescentrum je lijfrenteruimtes met je echte cijfers. Een actueel overzicht is precies wat je nabestaanden — en hun adviseur — nodig hebben op het moment dat jij het niet meer kunt uitleggen.

_Dit artikel beschrijft de algemene regels en is geen persoonlijk advies. Nalatenschapsplanning is maatwerk voor notaris en fiscalist; controleer actuele bedragen op belastingdienst.nl._

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er met de ODV als de DGA overlijdt vóór de uitkeringen zijn ingegaan?

De erfgenamen hebben twaalf maanden om te kiezen: de ODV door de BV in termijnen laten uitkeren, of de aanspraak omzetten in een lijfrente bij bank of verzekeraar. Uiterlijk twaalf maanden na het overlijden moeten de uitkeringen zijn gestart. De termijnen mogen alleen toekomen aan natuurlijke personen die erfgenaam zijn.

Wat gebeurt er met een ODV die al uitkeert?

De resterende termijnen gaan over op de erfgenamen. Kreeg de DGA bijvoorbeeld zeven jaar uitgekeerd, dan ontvangen de erfgenamen de overige dertien jaren. Ook hier geldt: alleen natuurlijke personen die erfgenaam zijn, anders wordt de aanspraak onzuiver.

Wat betekent een "onzuivere" ODV?

Als de ODV-termijnen bij overlijden niet (volledig) terechtkomen bij natuurlijke personen die erfgenaam zijn — bijvoorbeeld door een testamentbepaling die de termijnen aan een niet-erfgenaam of rechtspersoon toewijst — voldoet de ODV niet meer aan de voorwaarden. De volledige aanspraak wordt dan in één keer progressief belast, verhoogd met revisierente. Controleer je testament dus expliciet op dit punt.

Erven mijn nabestaanden mijn bancaire lijfrente?

Ja. Bij een bancaire lijfrente gaan het tegoed of de resterende termijnen naar je erfgenamen als nabestaandenlijfrente — de waarde blijft behouden. Bij een verzekerde lijfrente zonder nabestaandendekking vervalt het resterende kapitaal in beginsel aan de verzekeraar.

FINEO pakketten

Zelf doen

15/mnd

Volledig, ZZP & klein

99/mnd

Volledig, midden

199/mnd

All-in

399/mnd

Lees ook

Je pensioenbouwstenen op één plek, altijd actueel

  • ODV-stand en oprenting automatisch bijgehouden in je administratie
  • Jaarruimte en reserveringsruimte berekend met je echte cijfers
  • Compleet cijferbeeld voor notaris, fiscalist én je nabestaanden
  • Fiscale Autopilot signaleert wat er dit jaar nog kan